Waarom is de wereld ontstaan?
Heel vaak wordt de vraag gehoord, waar was God toen …. En vult u dan maar zelf een ramp in. Een tsunami, een vulkaanuitbarsting, een treinongeluk, een overstroming. Eigenlijk teveel om op te noemen. Er kan zoveel misgaan in deze wereld. En dan lijkt het wel of we ons beperken tot grote, wereldschokkende gebeurtenissen. Maar er is ook zoveel klein leed. En dan is de term klein bedrieglijk. Je geliefde is terminaal verklaard, een moeder van een gezin zal de morgen wel niet meer halen. Ook hier is door ons heel wat in te vullen. We hoeven maar in onze kleine kring om ons heen te kijken. Waarom gebeurt dit, kan God daar niets aan doen? Stellen we de vraag niet op het verkeerde moment? Of is het wel de goede vraag? Waarom heeft God de wereld geschapen? Als we vragen stellen, dan moeten we toch ook veronderstellen dat er een God is. Anders heeft de vragen geen zin. Mag ik even terug gaan naar het begin. Eerder schreef ik over "schepping of iets anders". Ik zeg inderdaad iets anders. Want als je niet erkent, dat de wereld geschapen is moet er iets anders zijn waardoor de wereld is ontstaan. Als de wereld niet is geschapen is de wereld ontstaan uit het niets. Ik refereer aan de oerknal of iets dergelijks. Knallen moeten ook ontstaan.
Als God de wereld niet heeft geschapen, dan heeft iets anders geknald en in die knal is de mogelijkheid gelegd tot evolutie. Maar goed, we stellen dus de vraag aan God: Heeft U geen macht om iets aan de rampen te doen? De vraag stellen impliceert dus de erkenning van het bestaan van God. Dan volgt de volgende erkenning. God heeft de wereld gemaakt. Want als God de wereld niet gemaakt heeft kan hij ook niet ter verantwoording geroepen worden voor de wijze waarop de wereld reilt en zeilt. Wij roepen God ter verantwoording: het gaat verkeerd met die wereld van U. En we knopen er meteen de opdracht aan God aan vast: Als U werkelijk een almachtige God bent, doe dan wat aan die rampen, want die horen niet in een wereld die U geschapen hebt.
Zo maken we rare redeneringen en gaan we er meteen maar vanuit, dat, als God de wereld geschapen heeft, hij dat ook goed kon doen. En we zouden zelfs voorzichtig kunnen concluderen, dat hij dat niet goed gedaan heeft, want….. Kennelijk sluiten wij dan ook andere invloeden uit. Als God de wereld goed geschapen had, dan kan er toch niets meer verkeerd gaan. Al met al treden wij met ons oordeel hierover buiten onze eigen dimensie. Als God de wereld geschapen heeft, dan heeft Hij dus ook de mensheid geschapen. Hij staat dan ook boven de mensheid. Het is voor de mens moeilijk te verteren, dat er iemand is die boven haar staat. Door heel de geschiedenis heen is de mens bezig de schepping te doorgronden. Steeds worden er nieuwe dingen ontdekt. Maar het waren geen dingen die er niet waren, het waren geen onmogelijke mogelijkheden. Het was al aanwezig, de mogelijkheden bestonden al. De mens ontdekte slechts. Ja maar, zult u zeggen, als de huidige wereld een tentoonstelling is van de aanwezige mogelijkheden, dan is er toch iets verkeerd gegaan met die schepping. Dat is een juiste opmerking. Er is iets verkeerd gegaan met de schepping, maar niet met het scheppen.
Toen God hemel en aarde en al wat daarin, daarop en daarboven is gemaakt had zou je kunnen zeggen dat Hij de schepping controleerde. En Hij zag dat het goed was. Het was goed. Dat betekent niet, dat een aardbevinkje hier of een hongersnoodje daar moet kunnen. Nee, het was goed! En God gaf zijn schepping aan de mensen. En toen ging het verkeerd…..? Neen, toen ging het niet verkeerd. Het ging pas verkeerd toen de mens de duivel toestond zijn leven binnen te komen. U kent de vraag? Is het waar dat God gezegd heeft dat jullie van geen enkele boom in de tuin mogen eten? En dan volgt het verhaal, nee de geschiedenis van de misleiding. Daar is de duivel een meester in, in misleidingen. Je zou haast kunnen zeggen, daar leeft hij voor. ‘We mogen de vruchten van alle bomen eten,’ antwoordde de vrouw, ‘behalve die van de boom in het midden van de tuin.’ God heeft ons verboden van de vruchten van die boom te eten of ze zelfs maar aan te raken; doen we dat toch, dan zullen we sterven.’ ‘Jullie zullen helemaal niet sterven,’ zei de slang. ‘Integendeel, God weet dat jullie de ogen zullen opengaan zodra je daarvan eet, dat jullie dan als goden zullen zijn en kennis zullen hebben van goed en kwaad.’ De vrouw keek naar de boom. Zijn vruchten zagen er heerlijk uit, ze waren een lust voor het oog, en ze vond het aanlokkelijk dat de boom haar wijsheid zou schenken. (Willibrord Genesis 3,2-6).
Dat is iets waar we nog steeds naar streven, zijn als goden en kennis hebben van het goed en kwaad. Eigenlijk betekent dat, dat we de schepping willen beheersen. Nu zijn we als mens door God aangesteld om over de schepping te heersen, dus wat dat betreft zouden we bezig kunnen zijn met de vervulling van onze taak, maar we willen zelf uitmaken wat die taak inhoudt en hoe we die zullen vervullen. Bovendien, erkennen dat ‘iets’ ons heeft gemaakt, dat we door de manier waarop wij zijn ontstaan aan ‘iets anders’ verantwoording zouden moeten afleggen, dat is toch wel heel veel gevraagd. Zelfs al erkennen wij, dat wij schepselen zijn, dan vinden we toch al gauw, dat God, die ons maakte er zelf ook niet al te veel van terecht gebracht heeft: kijk maar om je heen wat een puinhoop. Ja, een puinhoop is het. Veel van die puinhopen zijn direct terug te voeren op menselijk handelen, of ontbreken van menselijk handelen.
Zonder verder voorbeelden te noemen zijn er de bekende milieurampen etc., maar ook overstromingen die niet noodzakelijk zijn. Verkeerde verdeling van rijkdommen, uit zijn op eigenbelang, eigen aanzien, eigen macht. Dan zeggen we misschien wel, dat de mens dus verkeerd gemaakt is, met verkeerde neigingen of zo. Kennelijk hebben we dus genoeg begrip om dat dan in te zien, maar we bezitten niet de macht om ons te veranderen. Uiteindelijk zal het draaien om de vraag of de mens vrijmachtig is, of de mens een product is van evolutie, of dat de mens een schepsel is. Als de mens vrijmachtig is, dan behoeft hij aan niemand verantwoording af te leggen. Oorsprong en ontstaan is even niet belangrijk. De mens ís er met al zijn mogelijkheden. Zijn er buiten de mens dan ook nog machten die het doen en laten van de mens beïnvloeden? Dat lijkt dan niet zo te zijn, omdat de mens vrijmachtig is. Hij kan doen en laten wat hijzelf wil. De mens is misschien beperkt in zijn mogelijkheden door zijn eigen wezen: een mens kan niet vliegen, dat is heel gemakkelijk op te merken: een mens heeft fysieke beperkingen, de een meer, de ander minder. Een mens heeft ook zijn psychische beperkingen, de een meer de ander minder. Aan beide wordt gewerkt. Zie de records in de sportwereld en wetenschappelijke onderzoeken. De psychische beperkingen roepen nogal eens op om te trachten buiten de mens te treden, in een of andere soort transcendentie.
Waarneembaar zijn meestal alleen negatieve gevolgen hiervan. Als dan gewezen wordt op mogelijke, niet waarneembare positieve gevolgen in een transcendente staat, of zelfs in het hiernamaals, een volgend leven, dan houdt dit tenminste de erkenning in van een door mensen niet waarneembare werkelijkheid. Als vrijmachtig wezen zal de mens dus in staat moeten zijn om een zodanige staat te kunnen bereiken. Dit is echter niet voor ieder mens weggelegd. Alleen vergaande oefening, onthouding enzovoorts geeft toegang tot een dergelijke hogere staat. Waaruit volgt, dat de ene mens de andere niet is en dus de ene wel vrijmachtig en de andere niet. Een ieder kan hieruit conclusies trekken. Verder is de zin van het bestaan slechts die om in een hogere staat te geraken. De mens als product van evolutie. De zin van de wezens in de evolutie is slechts de doorgaande evolutie. De oorsprong van de totale flora en fauna is te vinden in een gemeenschappelijk begin, waaruit alle soorten tot nu toe geëvolueerd zijn. Dat dit de nodige vragen oproept is duidelijk. Het probleem van het allereerste begin heb ik ooit al eens eerder aangegeven. Meestal wordt dit aangeduid als de oerknal. Herkomst, ontstaan, het feitelijk gebeuren zijn alle aannames. Ontstaan van leven uit dode materie heeft nog wat wetenschappelijk onderzoek nodig. Het psychische onderdeel van de evolutie moet nog de nodige evolutie doormaken om tot zelfs maar een theorie te komen. Het einde van alles is het antwoord op de vraag: Waarom is de wereld ontstaan?
17 augustus 2026